Zeilmaker: Zeilmaker

De kunst van het zeilmaken

Kegelvormig splitshout ofwel fit (inventarisnr. 67918)Paars tegeltableau, zeilende driemaster (inventarisnr. 5417)Model van een fokzeil, wit zeildoek met touw rondom en metalen zeilringen, proefstuk? (inventarisnr. 48279)Knijverzak van bruin canvas (inventarisnr. 42170)De zeilmaker was een grote afnemer van het touwwerk, dat in de lijnbanen was geslagen. Hij zorgde voor het splitsen, schiemannen, en knopen van het touw, dat bovendien in grote lengten werd gebruikt in de zeilen. Het zeildoek werd in lange banen - de 'kleden' - aaneen genaaid met zeilgaren, net zo lang tot het zeil in grote trekken gereed was. Dan volgde nog een lange reeks van bewerkingen, al naar gelang de plaats en functie van het zeil. Het zeil werd in elk geval rondom van een zoom voorzien, dat werd verstevigd met touw; het zogenaamde 'lijk'. Hieraan werden lussen genaaid voor de schoten, waarmee het zeil kon worden gehanteerd. In de bovenzoom werd een reeks van kleine gaten gemaakt, waarin de touwen werden geslagen om het zeil aan de ra te bevestigen. Afhankelijk van het type zeil konden in de breedte nog banden worden opgenaaid met daarin kleine eindjes touw om het zeil gedeeltelijk te reven.

De kunst van het zeilmaken was onder meer gelegen in het verkrijgen van de juiste bolling van het zeil. Dat werd bereikt door de banen plaatselijk smaller te nemen. Het oog en de rekenvaardigheid van de meesterzeilmaker waren daarbij zeker van belang, net als bij het bepalen van de grootte van de zeilen.
Hoe belangrijker een zeil was, hoe zwaarder kwaliteit zeildoek werd vereist. Midden 19e eeuw onderscheidde men 'zeildoek', 'karldoek' (onder andere voor marszeilen, bezaans en kluivers), 'linnen' (ook wel 'everdoek', onder andere voor bramzeilen, kluivers, sloepzeilen, etc) en 'persenningdoek' (voor dekkleden, etc). Elk soort doek kende weer verschillende kwaliteiten.
Het Hollands canvas ('canefaes', 'kanefas' of 'Crommenies doek') was voor de grootste zeilen geschikt en werd in de 17e en 18e eeuw in rollen van 50 el geleverd (1 el is 68,8 cm). De breedte van de rol noemde men ook wel 'kleed.' Vlas en katoen leverden in die tijd al dunner 'klaverdoek' op waarvan kleinere zeilen werden gemaakt. Voor dat doel werd ook ingevoerd Vlaams lijnwaad en Frans canvas gebruikt, dat rechtstreeks werd aangevoerd uit de herkomstgebieden. In de 19e eeuw maakte de hennep steeds meer plaats voor het vaak machinaal gesponnen vlas.

Behalve zeilen maakte de zeilmaker ook zakken, waterslangen, putsen en andere voorwerpen van zeildoek, die tegen een stootje moesten kunnen. Zeilen die niet meer bruikbaar waren, werden uit elkaar getornd en als 'halfsleet doek' voor van alles benut. Wanneer ook dat was versleten werd zeildoek opgemaakt als schuurlap.

Verhaal Bedrijven Voorwerpen Naslag
lijst info

bedrijfstakken:

zoekterm(en):