Zeilmaker: Bedrijven

Aan boord en aan wal

Portret van Hendrick Willemsz. Nobel (inventarisnr. 10577)Model van het Oostindisch Huis aan de Boompjes (inventarisnr. 65373)Gezicht op de Maas vanuit het zuidoosten met rechts ´s Rijkswerf (Admiraliteitswerf) (inventarisnr. 10856)Gevelsteen in drie delen, gekroond schild met klimmende leeuw met zwaard en pijlen, aan weerszijden ankers (inventarisnr. 10068)Doorgaans zorgde de scheepsbemanning zelf voor het onderhoud en reparatie van de zeilen, die aan boord waren. Het zelf snijden van het zeildoek was echter een ambacht dat de gemiddelde zeeman in de regel niet beheerste en daarom hadden grotere schepen vaak hun eigen zeilmakers aan boord. Zij waren meteen verantwoordelijk voor al het andere textiel, zoals de vlaggen, zonnetenten, enzovoorts. De meeste zeilmakers woonden echter aan wal en werkten bijvoorbeeld voor de Admiraliteit, of de VOC. Op de ruime werven van deze organisaties waren tal van ambachten geconcentreerd, waaronder de zeilmaker, ankersmid, enzovoorts, al waren activiteiten die veel plaats vroegen - zoals de touwbanen - daarbuiten gelegen. Wat aan zeilen niet meteen aan boord werd genomen, lag opgeslagen in de magazijnen van de Admiraliteit of in het Oostindisch Huis van de VOC.

In een grote havenstad als Rotterdam was echter voldoende emplooi voor zelfstandige zeilmakers met eigen personeel, die vooral in de Waterstad schenen te zijn gevestigd. Zij concentreerden zich tot in de 17e eeuw rond het Hoofd en de Spaanse Kade. Niet zelden combineerden zij hun nering met de handel in pek en teer, die uit de Oostzee werd aangevoerd ten behoeve van de scheepsbouw. Die voor Holland zo wezenlijke regio leverde toch al veel handelswaren, waarbij de import van zeildoek in de 18e eeuw allengs aan belang won.

Volgende: Familiebedrijven

Verhaal Bedrijven Voorwerpen Naslag
lijst info

bedrijfstakken:

zoekterm(en):