



Na
de ontdekking van Amerika namen de Spanjaarden tabaksbladeren en
tabakszaad mee naar huis. Vanuit Spanje verbreidde de tabaksteelt
zich door Europa, evenals de gewoonte de bewerkte bladeren te
roken, waaraan men naast het genot ook (soms opvallende) medicinale
eigenschappen toekende. Zo moesten drenkelingen weer bij hun
positieven worden gebracht met behulp van een
tabaksklisteerpijp.
Eind 16e eeuw raakte het roken van tabak - waarschijnlijk via
Engeland - in zwang in Nederland. De tabak kon niet alleen worden
gerookt, maar ook worden gepruimd of gesnoven. De verslavende
gewoonte verankerde zich diep in de samenleving. Van de kwalijke
gevolgen kwam men pas in 20e eeuw hoe langer hoe meer op de hoogte,
maar desondanks rookte in 2003 nog één op de drie
Nederlanders.
Door de handel in koloniale kruidenierswaren kwam ook de tabak in
Rotterdam. Koffie, thee en tabak zouden eeuwenlang als
consumptieproduct hand in hand gaan. In de eerste helft van de 17e
eeuw ontstond in de stad enige 'tabaksspinnerij'. Dit was een
bescheiden huisindustrie, die tabaksbladeren tot rollen verwerkte,
die tabaksverkopers vervolgens op de markt brachten.
In die tijd was de tabakshandel en -industrie echter in Amsterdam
geconcentreerd. De tabaksnijverheid in Rotterdam was lange tijd van
minder belang dan in Amsterdam, maar kwam na 1720 ook hier op gang.
Hierna ontwikkelde de tabakshandel zich krachtig. Samen met
Amsterdam was in de Maasstad de grootste tabaksmarkt van de
Republiek te vinden.
Rotterdam werd in de 18e eeuw de belangrijke aan- en
doorvoerhaven van Amerikaanse koloniale Virginia- en Marylandtabak,
die via Schotland en Engeland aankwam. In 1753 werd hier 8,2
miljoen pond buitenlands tabaksblad ingeklaard met een waarde van
519.000 gulden. Een deel van een 18e eeuwse eikenhouten borstwering
van het pand Houttuin 37-39 herinnert aan deze handel. Het is
gesierd met de tekst 'Virginie'.
De Amerikaanse Vrijheidsoorlog (1775-1783) en de Vierde Engelse
Oorlog (1780-1784) brachten echter een enorme terugval in
Rotterdam, omdat de aanvoer stilviel. Toen de strijd was beëindigd
herstelden de oude handelskanalen naar de Republiek zich, waarvan
vooral Rotterdam profiteerde. Tabaksblad werd het belangrijkste
exportproduct van de nieuwe Verenigde Staten. Tussentijds was in de
Republiek de inlandse teelt wel sterk toegenomen.
In de tweede helft van de 18e eeuw werd de karottenmakerij voor
snuiftabak in Rotterdam zeer belangrijk. Er waren minstens twaalf
karottenfabriekjes en zes snuifmolens. Eén van deze molens was 'De
Valk' tussen de Zalmhaven en de Westzeedijk, oorspronkelijk een
korenmolen. In de 18e eeuw was hij omgebouwd tot een snuif- en
runmolen. Hiervan heeft het museum een model.
Volgende: Crisis
bedrijfstakken: