Loodwitmakerij

Loodwit

Loodwitkegel, halffabrikaat uit de loodwitindustrie (inventarisnr. 8686)Loden maalbel om verfgrondstoffen mee tot fijn poeder te vermalen (inventarisnr. 42288)Loodwit is één van de oudst bekende kunstmatige anorganische pigmenten voor de verfindustrie, die al door de Grieken werd gebruikt. Het materiaal heeft goede conserverende eigenschappen, maar is zeer giftig. Het veroorzaakt onder meer kolieken, hersenaandoeningen en verlammingen. De bereiding gaat bovendien met veel stank gepaard.
Hoewel een groot deel van het loodwit uit Engeland werd geïmporteerd, nam in de 17e eeuw de productie van loodwit in Nederland een vlucht. Rotterdam zou van deze veredelingstrafiek een belangrijk centrum worden. De drempel om te beginnen leek laag, want om een eigen bedrijf te starten was er slechts een bescheiden beginkapitaal nodig. Bovendien werden de grondstoffen via de haven makkelijk aangevoerd.

Via chemische weg werd uit repen gesmolten lood de kleurstof loodwit gewonnen. De meestal uit Engeland, Wales en het Rijnland afkomstige stukken looderts werden gesmolten en tot lange repen gegoten op een hellende, ijzeren plaat, waarop met ijzers stroken waren aangebracht. De afgekoelde repen werden opgerold en in potten gedaan, waarin eerst bierazijn of urine was gegoten waar het lood net boven bleef, omdat in de potten noppen waren aangebracht. De afgedekte potten werden in een loods vijf hoog in mest geplaatst en afgedekt. Het geheel begon te broeien: de azijn- of urinedamp tastte het lood aan, wat vervolgens loodwit opleverde. Na vijf weken kon op de klopbank de massa in kleine brokjes uit de potten van het resterende lood worden geklopt, de zogenaamde schelpjes (ook schulpwit genoemd). Dit zuivere halfproduct werd zonder verdere bewerking op de markt gebracht.

De loodwitmaker ging echter verder dan de aanmaak van deze schelpjes. Een loodwitmolen vermaalde de brokjes tot poeder, dat met water aangelengd in de vorm van kegels of broodjes werd gegoten. Zij werden langzaam in een kas gedroogd. Na verdere droging aan de buitenlucht werd het loodwit opnieuw gemalen en tenslotte gemengd met krijt of marmer voordat het als kleine bolletjes werd verkocht. Dit proces werd de 'Hollandse methode' genoemd. De sleutel tot het succes van de Hollandse loodwitexport lag in de kwaliteit van de bierazijn: de Franse wijnazijn was daarvoor veel minder geschikt. Daardoor beheerste het Nederlandse loodwit lange tijd de Europese markt.

Volgende: Geen schilder zonder loodwit

Verhaal Bedrijven Voorwerpen Naslag
lijst info

bedrijfstakken:

zoekterm(en):