Katoendrukkerij: Bedrijven

Non Plus Ultra en de Kralingsche Katoenmaatschappij

Drukblok voor het met de hand bedrukken van katoenen stoffen, met "389" (inventarisnr. 63832)In 1720 begon Pieter Barbet de katoendrukkerij 'Non Plus Ultra' aan de 's Gravenweg in Kralingen. Hij had met het vak reeds ervaring, want in zijn woonplaats Hillegersberg was hij als katoendrukker bekend. De zaak liep erg goed en drie jaar later verrees al op het terrein zijn villa ''s Gravenhof'.
In 1751 bestond het bedrijf uit 'nette en welbebouwde Huysingen, twee seer grote druklootsen, verwerij, kleurhokken, pakhuysen, solders, kalandermolen, glanserijpersen en stallingen, alsmede bleekvelden, alomme voorsien met seer goed water'. Dat goede water was nodig om de per schuit aangevoerde katoen in een zeer groot bekken te spoelen, alvorens het werd gebleekt. In de twee drukloodsen stonden dertig druktafels en dertig 'tiertafels' waarop de kleurbakken stonden. Hierin werd de stof gelegd op een houten raam dat met vilt was bespannen om te kleuren. Het geheel dreef in de verf, die door een 'tierjongen' gelijkmatig met een borstel werd uitgestreken. De benodigde verven werden vaak in de drukkerij zelf aangemaakt volgens eigen receptuur. De loodsuikerfabriek in Kralingen leverde echter ook grondstoffen voor de katoendrukkerijen. De patronen die men wilde drukken werden getekend in de dessinafdeling, en vervolgens in de graveerderij uitgestoken in drukblokken.

Men beschikte destijds over 1.394 redelijk goede drukplaten en bijna 500 platen van mindere kwaliteit. Met een hamer werden ze voorzichtig op de stof aangeklopt op de druktafels. De bedrukte doeken werden afgewerkt in de kalanderij, waar ze de vereiste stijfheid en glans kregen. Hoe de dessins eruit moesten zien kon men naslaan in acht of negen patroonboeken. Vanwege het bleken moest de productie in de winter worden gestaakt en dan vond de acquisitie voor de afzet plaats.
In de katoendrukkerijen was een ver doorgevoerde arbeidsverdeling. Naast een kern van vaste krachten werd veel gebruik gemaakt van seizoensarbeiders uit Duitsland, die op het fabrieksterrein in een schuur werden ondergebracht. De opdrachten werden verkregen van kooplieden, aan wie de stoffen toebehoorden. De katoendrukkers waren dus erg afhankelijk van deze opdrachtgevers.

Volgende: Woelige tijden

Verhaal Bedrijven Voorwerpen Naslag
lijst info

bedrijfstakken:

zoekterm(en):