Katoendrukkerij

Drukblok voor het met de hand bedrukken van katoenen stoffen, met "389" (inventarisnr. 63832)Grote stofstaal van katoen met dessin bedrukt door de Kralingse Katoen Maatschappij (inventarisnr. 64256)Het bedrukken van katoenen stoffen met verf kwam in Rotterdam pas in de tweede helft van de 17e eeuw op gang. Lange tijd bleef deze nijverheid (in tegenstelling tot Amsterdam) hier onbetekenend en er waren slechts weinig arbeiders bekend met de technieken.
In 1669 ontwikkelde Marcus Baelman te Rotterdam een procedure voor het verven van katoen. Hierdoor werd het mogelijk om de geliefde katoenen sitsen uit Indië te imiteren door de stof hier in allerlei patronen te bedrukken.
De stoffen werden vervolgens niet alleen in Europa, maar ook steeds meer in Azië en Afrika afgezet omdat ze goedkoper waren dan de inheemse producten. In Rotterdam en de omringende kernen ontstond zo op bescheiden schaal een katoenverfindustrie, echter pas in de jaren tachtig en negentig van de 17e eeuw. Een zekere Josua van Solingen speelde hierin een voortrekkersrol. De katoendrukkers werden opgenomen in het Schilders- en Konstwerkersgilde.
Nederland nam al spoedig het voortouw in deze nijverheid, onder meer dankzij de goed georganiseerde handelskanalen van de VOC. Na 1700 kwamen meer bedrijven in Rotterdam, zoals de katoendrukkerij van Willem Langerwee aan de Oudedijk (1716-1747). Rotterdam gold in de 18e eeuw als het tweede centrum in het land voor deze kapitaalintensieve bedrijfstak. Naast de Kralingse ‘Non Plus Ultra’ waren in de 18e eeuw hier ter stede nog vijf andere katoendrukkers actief.

Verhaal Bedrijven Voorwerpen Naslag
lijst info

bedrijfstakken:

zoekterm(en):