
Het
was voor veel Hollandse veehouders gebruikelijk zelf boter en kaas
te maken, ook in de onmiddellijke nabijheid van Rotterdam. Kaas is
als volksvoedsel in onze streken sinds de prehistorie bekend en
werd hier ook ten tijde van de Romeinen veel gegeten. Het
schijnbaar oer-Nederlandse woord is zelfs van het Latijnse
caseus afgeleid. In de middeleeuwen stond het
zuivelproduct bij zulke grote delen van de bevolking van de Lage
Landen op het menu, dat de Noord-Hollandse revolte van 1491-'92
veelzeggend de opstand van het 'kaas- en broodvolk' werd
genoemd.
Over de geschiedenis van de kaasbereiding te Rotterdam en
directe omgeving lijkt jammer genoeg erg weinig op schrift gesteld.
De lacune blijkt ook uit het zeer beperkte aantal objecten dat het
museum over dit thema bezit.
Zeker is, dat in de stad veel kaas werd aangevoerd; meestal per
kaasschuit. Rotterdam hief accijns op kaas, die ook vanuit andere
streken - als Edam - via de waag in de stad werd verhandeld. Met
deze handel hielden zich ook vrouwen bezig, zoals blijkt uit
verschillende notariƫle akten. Het product werd verkocht in
kruidenierswinkels, maar vooral op de kaasmarkt die tot 1611 op de
Huibrug was gevestigd. Na dat jaar vond deze handel plaats
tegenover de Botersloot op de Korte Kipstraat, een locatie die toen
ook de Kaasmarkt werd gedoopt. Toen deze in 1677 werd vergroot -
wat wijst op grote omzetten - kwam de naamNieuwe Kaasmarkt in
zwang. De schuiten konden hier onderdoor varen en hun lading via
luiken in het plein direct lossen. Van deze locatie zijn enkele
topografische schilderijen. Van de meer recente kaashandel te
Rotterdam heeft het museum ook enkele voorwerpen.
Volgende: Kaas maken
bedrijfstakken: