De haven van Rotterdam: De haven van Rotterdam

Een Nieuwe Waterweg naar zee

Gezicht op de Ooster Oudehoofdpoort met raderboten op de MaasHouten schrijfkist met bloemdecoratie, van binnen schrijfvlak, opbergvakken en twee inktpottenPen van P. Caland, met foedraalMaquette, dwarsdoorsnede kade met drie sporen bovengronds, meerpalen, kademuur en ondergrondse verstevigingen, in glazen bak met metalen randenKop en schotel met afbeeldingen van drie onderscheidingen toegekend aan Lodewijk Pincoffs (1827-1911)Tabakspot in de vorm van Lodewijk Pincoffs (1827-1911)Handgekleurde glasdia van het Poortgebouw aan de KoningshavenSituatietekening van het terrein van de Ronde plaquette met portret en Ronde plaquette met gezicht op Rotterdamse haven en Gipsmodel van hekwerk monument G.J. De Jongh, door L. Bolle, rechterhelft (bij 35397)Gezicht op de Maas vanuit het oostenMaquette Hoek van Holland, op rechthoekige grondplaatDe verlanding van de Maasmonding prikkelde het Rotterdamse stadsbestuur vaak tot maatregelen, die echter geen van alle afdoende bleken. Uiteindelijk bood een groot, rechtstreeks kanaal naar zee soelaas. Een dergelijk grootschalig werk kon echter pas worden uitgevoerd, toen het met behulp van stoomkracht technisch mogelijk was. Van ir. Pieter Caland - de ontwerper van de Nieuwe Waterweg - is onder meer diens schrijfkistje bewaard en de pen die werd gebruikt voor ondertekening van het proces verbaal, toen op 31 oktober 1866 de eerste spade werd gestoken. Het kanaal kwam werkelijk geen moment te vroeg, want door het opheffen van de riviertollen in 1831 kwam de Rijnvaart vrij en ontwikkelde Duitsland zich razendsnel tot industriƫle mogendheid, zeker toen dat nog onderling verdeelde land vanaf 1871 een eenheid werd.
In 1872 voer het eerste schip door de Nieuwe Waterweg, maar het peperdure kanaal kampte al spoedig met dezelfde aanslibbing als de Maasmonding. Omdat er onvoldoende stroomsnelheid was, bleef de waterweg niet op diepte. De toekomst van de haven was ongewis, tot men rond 1890 dit probleem met extra investeringen onder de knie kreeg. Het aantal scheepsbewegingen steeg explosief en Rotterdam barstte voor het eerst sinds de Gouden Eeuw uit haar voegen. Spoedig volgden ook Rotterdamse annexaties van buurgemeenten, wat tot in 1941 duurde. Een van de slachtoffers was de vroegere concurrent Delfshaven, dat in 1886 werd ingelijfd.
Buiten de stadsdriehoek groeiden nieuwe stadswijken als kool in het westen, noorden en oosten, terwijl een geheel nieuw gebied aan de overzijde van de Maas in beeld kwam met de vestiging van grote, moderne doorvoerhavens, die later vooral op bulk in plaats van op stukgoed waren georiƫnteerd. De stad was aanvankelijk zeer terughoudend met extra havencapaciteit. Particulier initiatief bracht echter een doorbraak teweeg toen vanaf 1873 op Feijenoord als eerste de Koningshaven, Binnenhaven, Entrepothaven en Spoorweghaven werden gegraven. Hun naam blijft verbonden aan de nouveau riche Lodewijk Pincoffs, die echter in 1879 financieel in de knoei raakte en moest vluchten voor zijn schuldeisers. Drie jaar later nam de gemeente tegen een zachte prijs het nog slechtlopende havencomplex op Feijenoord over. Daar begonnen met succes de Stedelijke Handelsinrichtingen. Op de verdere ontwikkeling van de haven en de stedelijke infrastructuur door de gemeente speelde ir. G.J. de Jongh als directeur Publieke Werken van 1879 tot 1910 een beslissende rol. Zijn bijnaam 'brutale Gerrit' geeft voldoende prijs van zijn resolute optreden. Van het monument dat de stad voor hem neerzette bezit het museum over de gipsen voorstudie, die het bouwproces verbeeldt.
In 1932 ontstond het Gemeentelijk Havenbedrijf als overkoepelende organisatie uit verschillende voorgangers. Het moest de havenontwikkeling stimuleren en de winstgevendheid ervan in de gaten houden. De gemeente Rotterdam werd zodoende een grote, actieve speler in de Nederlandse economie.
Het bleef niet bij de nieuwe havens op Feijenoord, want weldra volgde de ene na de andere nieuwe locatie met de aanleg van de Waalhaven in de Robbenoordsepolder (1906-1931) als voorlopig hoogtepunt. De havens werden ook veel groter dan men voorheen was gewend. De Waalhaven kreeg bijvoorbeeld een oppervlakte die zich kon meten met de hele Rotterdamse binnenstad. Het was dan ook het grootste havenbassin van Europa. De groei van de haven ging echter voortaan steeds in westelijke richting, van de stad af naar de Noordzee.

Volgende: Spoorwegen en de haven

Verhaal Bedrijven Voorwerpen Naslag
lijst info

bedrijfstakken:

zoekterm(en):