De haven van Rotterdam: Bedrijven

Havenberoepen

Voorstudie voor Het Graanbedrijf'De Graanboot': overslag van graan door twee elevatorenPortret van Johannes de HaaijGlasdia van werkende mannen in de WaalhavenPuzzel met het veem voor opslag van ijzer van de fa. Dikema en ChabotEr zijn verschillende soorten havenarbeid, die allemaal te maken hebben met het laden en lossen van schepen en alles wat daarmee verband heeft. In stukgoedbedrijven hebben de arbeiders taken als de ladingen samenstellen, in het ruim stuwen, in loodsen en op het terrein opslaan enz. In het massagoed zorgen de tremmers ervoor dat de lading wordt verdeeld in het ruim met hulp van trimmachines, grijpers en elevatoren. Het werk was zwaar, onregelmatig, vuil, en bijna altijd in de buitenlucht. Aan wal zijn in de haven zeeloodsen, silobedrijven en vemen waar de knechten en arbeiders de goederen sorteren, opslaan, merken, ompakken, afleveren, etc.
In de havens is een aantal soorten tussenpersonen actief. De lading wordt vanuit het schip in de regel zo snel mogelijk gelost in een zeeloods, die vlak aan de kade staat. Een transportbedrijf zorgt er dan voor dat de lading naar een veem wordt gebracht, dat meestal eigendom van een expediteur is. Het veem staat onder leiding van een pakhuisbaas, die zijn knechten de ladingen opslaat tot een klant zich aandient.
Expediteurs lieten zo goedkoop en snel mogelijk goederen vervoeren en specialiseerden zich op voorschriftenkennis, etc. De cargadoors (of scheepsmakelaars) zorgden - in opdracht van een scheepvaartmaatschappij - voor het laden en lossen, het innen van de vrachtprijs, het ontvangen en afleveren van goederen en de expeditie daarvan. Via waterklerken onderhielden zij het contact met de schepen. Voorts bemiddelden zij bij vervrachten, bevrachten en de (ver)koop van schepen. Samengevat: zij zorgen ervoor dat een lading ergens aankomt. De expediteurs en cargadoors werkten vaak in elkaars verlengde. Konvooilopers waren belast met het in- en uitklaren van schepen, het regelen van accijnzen, paspoorten, etc. De stuwadoors tenslotte - al dan niet in dienst van een cargadoor - zorgden voor het vakkundig laden en lossen van een schip. Tot begin 20e eeuw zaten zij overal verspreid in de stad in kleine kantoortjes waar zij een vaste ploeg hadden, die werd aangevuld met een grote reserve van losse arbeiders die hun pakhuizen afzwierven op zoek naar werk.
Om de schepen te laden en te lossen wemelde het in de haven van het volk. Afgezien van de toezichthouders waren er meters-wegers, ladingschrijvers, controleurs, ophouders en dragers, slikkers (helpers), en vooral veel bootwerkers; onderling waren grote standsverschillen. Bootwerkers waren meestal losse werklieden die hun spierkracht en ervaring meebrachten. Het werk was helemaal afhankelijk van de scheepsbewegingen en daardoor erg onregelmatig. Zij liepen dagelijks soms verschillende keren 'aan het hok' (kantoor) om te zien of er wat te doen was. Ze werden aangenomen door bazen, die het laad- en loswerk aannamen en ze werkten onder 'krassen'; voormannen over één ruim. Deze gaven aan welke lading in het ruim moest worden gelost en zeevast gestuwd. Ruimbazen of reepgasten zorgden er ook voor dat de voorbereiding van het werk zorgvuldig gebeurde, bijvoorbeeld dat de luiken goed werden geopend en niets in de weg stond van de hijs of de grijper. De arbeid werd aangetekend in een boekje, waarmee op vrijdagmiddag werd uitbetaald.

Volgende: Jargon

Verhaal Bedrijven Voorwerpen Naslag
lijst info

bedrijfstakken:

zoekterm(en):