

In een stedelijk centrum als Rotterdam konden kleine ondernemingen in cacao, chocolade en suikerwerk uitgroeien tot een grote industrie. Omdat een groot deel van de grondstoffen van elders moest worden aangevoerd gaf de aanwezigheid van de haven de stad op dit punt een voorsprong. Bovendien was de lokale markt voldoende groot om als basis te dienen, zeker in de jaren dat de stad zelf ook expandeerde. De groei van Jamin is daarvan een goed voorbeeld. Van andere Rotterdamse ondernemingen bezit het museum producten en verpakkingen, echter geen voorwerpen uit het productieproces. Zij worden daarom hier niet verder beschreven.Voorbeelden zijn A. Driessen, Beukers & Rijneke.
bedrijfstakken: