
Het
vermogen om te acteren, te doen alsof, en een publiek door fantasie
te laten meevoeren heeft de mens tot in perfectie leren beheersen.
In de loop der tijd kwamen er theaters om deze behoefte in
georganiseerde vorm gestalte te geven. Tot het Fin de Siècle van de
19e eeuw bleef echter iedere voorstelling een op zich zelf staande
gebeurtenis, ook al werd een stuk nog zo vaak gerepeteerd en
opgevoerd.
De uitvinding van film maakte het mogelijk om precies dezelfde
voorstelling te herhalen voor duizenden mensen op verschillende
locaties en tijden. Bovendien vertonen decor- en locatiewisselingen
zich in een oogwenk en krijgt de toeschouwer close-ups van de
acteurs die in een theater onmogelijk zijn te realiseren. De
toneelvoorstelling transformeerde tot een industrieel,
schaalvergrotend proces met eigen acteerstijlen, beroemdheden,
wetten, mogelijkheden en beperkingen - decennia lang zelfs zonder
gesproken woord.
Dat daarbij een exacte weergave van de werkelijkheid kon worden
aangeboden - althans zo leek het - maakte het kijken naar een film
extra intrigerend, hoewel dit verschijnsel haaks staat op de
oorsprong van het theater, namelijk het opwekken van suggesties.
Met de film maakte plots de realiteit van buiten de theaterdeur
haar entree, er kwamen bewegende beelden van gebeurtenissen waarvan
men voorheen alleen las in de gedrukte media. De naam bioscoop is
dan ook een samenstelling van twee Griekse woorden: bios (leven) en
skopeoo (kijken), kijken naar het leven. De toverlantaarn, waarin
de plaatjes een voor een passeerden, maakte een revolutie mee. De
verteller - explicateur - bleef echter voorlopig nog onmisbaar.
Veel uitvindingen komen bijna gelijktijdig. In 1891 lukte het de Fransman George Demeny om met licht fotografische diapositieven te projecteren, waarbij de plaatjes op een schijf stonden die snel ronddraaide. Ineens keek men naar bewegende beelden, wat een sensatie was. In 1895 gaven de gebroeders Skladanowski in Berlijn bewegende voorstellingen met een apparaat dat zij 'das Bioskop' noemden. Hetzelfde jaar vertoonde R.W. Paul in Londen ook bewegende beelden. In Parijs borduurden de broers Lumières voort op de door Edison bedachte principes van de kinestoscope; een kijkkast waarin gefotografeerde beelden rondwentelen. De Lumières bedachten de cinématographe, een bruikbaar toestel waarin een geperforeerde filmstrook wordt geleid.
Volgende: Rotterdam, filmpionierstad in Nederland
bedrijfstakken: