Bierbrouwerij

Volksdrank

Figuurtegel, blauw met een man zittend met één been op een bankje, een glas heffend, andere hand een bierkan, hoekmotief ossenkopSteengoed bierpul of 'humpe', conisch model, appliqué van man met hoed (inventarisnr. 14052)Toen gezond drinkwater in de middeleeuwen en daarna nog heel schaars was, werd meer dan nu bier geconsumeerd. Het meeste bier bevatte minder alcohol dan tegenwoordig en het werd zonder moeite ook aan kinderen gegeven. Met recht kan men zeggen dat bier een volksdrank was.
Wie bier brouwde voorzag dan ook in een levensbehoefte en bezat een sleutelpositie in de stad. In 1468 kwam een stadskeur voor de Rotterdamse brouwers, die al voor dat jaar hun eigen gilde hadden opgericht wat lang niet overal gebruikelijk was. Het was de eerste bloeitijd voor de Rotterdamse brouwerijen en in 1477 waren er vijfentwintig in de stad. Hun aantal daalde echter, want vanwege de Jonker Fransoorlog (1489) liep de Rotterdamse welvaart scherp terug. De Rotterdamse brouwers kampten ook daarna met moeilijkheden. De branderijen deden hen bijvoorbeeld concurrentie aan, omdat zij eveneens gist verkochten aan de bakkers in de stad. In de 17e eeuw werd de export van het Rotterdamse bier naar Zierikzee, Geertruidenberg en Wesel belemmerd door beschermingsmaatregelen van die stadsbesturen. Toch leefden de Rotterdamse brouwerijen in die periode weer krachtig op, zodat er in 1637 weer meer dan twintig grote bedrijven waren en hun aantal steeg nog. Zij hadden met vele andere bedrijfstakken relaties, bijvoorbeeld met de azijnmakerijen die bier kregen geleverd voor hun eigen producten.

Volgende: Brouwen

Verhaal Bedrijven Voorwerpen Naslag
lijst info

bedrijfstakken:

zoekterm(en):