

Wie
langs de uitgestrekte olie-industrie ten westen van Rotterdam
rijdt, raakt onherroepelijk onder de indruk. Wat allemaal gebeurt
in die eindeloze pijpleidingen en verlichte torens is echter voor
de meeste mensen volstrekt onduidelijk, hoewel de producten van
deze bedrijvigheid door iedereen worden gebruikt. Ze lopen uiteen
van autobrandstoffen en medicijnen tot alle mogelijke kunststoffen
en nog veel meer.
De eerste petroleum ('petrolie') werd te Rotterdam aangevoerd in
1862. Toen de Nieuwe Waterweg en de eerste havenuitbreidingen
gereed waren ontstond bij Charlois aan de Robbenoordsehaven het
Petroleum Etablissement, waar de brandstof eerst in houten vaten
nog als stukgoed werd aangevoerd. In 1888 werd daar voor het eerst
tankopslag mogelijk.
Aanvankelijk werd de aardolie vooral gebruikt om de lampen in huis te laten branden. De introductie van de verbrandingsmotor eind 19e eeuw betekende echter een technische revolutie in het transport. Het laatste uur van de stoommachine was geslagen en na de tweede wereldoorlog verdween zij bijna overal. In korte tijd nam de aardoliewinning in de Nederlandse koloniƫn een vlucht, daarin geleid door ondernemingen als de Koninklijke Maatschappij tot Exploitatie van Oliebronnen in Nederlandsch-Indiƫ, waar later Shell uit voortkwam.
Volgende: Enorme groei
bedrijfstakken: